ECLI:NL:RBDHA:2021:857
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens onvoldoende bewijs duurzame zelfstandige arbeid
Eiser, een Pakistaanse langdurig ingezetene in Italië, verzocht om een verblijfsvergunning voor arbeid als zelfstandige in Nederland. Hij trad toe tot een vennootschap onder firma en diende een aanvraag in, maar verweerder wees deze af wegens onvoldoende aannemelijkheid van zelfstandige arbeid en duurzame inkomsten.
De rechtbank overwoog dat eiser onvoldoende objectief bewijs leverde van zijn inbreng in de onderneming en dat de overeenkomsten van opdracht makkelijk opzegbaar zijn, waardoor de duurzaamheid van inkomsten niet is aangetoond. Ook blijkt uit de stukken dat eiser voornamelijk schoonmaakwerkzaamheden verricht en dat de communicatie en contracten door zijn medevennoot worden beheerd.
Eiser stelde dat hij wel over voldoende middelen beschikt en verwees naar eerdere uitspraken, maar de rechtbank vond deze niet vergelijkbaar. Verweerder mocht afzien van het horen in bezwaar omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van duurzame zelfstandige arbeid en inkomsten.