ECLI:NL:RBDHA:2021:8632
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verrekening van Wajong-uitkering met bijstandsuitkering afgewezen door rechtbank
Eiser ontving tot 27 januari 2016 een bijstandsuitkering van de gemeente Zoetermeer en vanaf 28 januari 2016 een Wajong-uitkering van het UWV. In januari 2020 besloot het UWV dat eiser ook voor het voorgaande jaar recht had op een Wajong-uitkering, maar omdat hij dat jaar bijstand ontving, moest dit worden verrekend om dubbele uitkeringen te voorkomen. Dit leidde ertoe dat het volledige bedrag van de Wajong-uitkering werd betaald aan de gemeente.
Eiser betwistte deze verrekening en stelde dat hem telefonisch was toegezegd dat hij na verrekening nog € 8000 zou overhouden. De rechtbank oordeelde dat eiser deze toezegging niet aannemelijk had gemaakt, aangezien er geen schriftelijke bevestiging of andere bewijsstukken waren en zijn verklaring alleen onvoldoende was.
Verder voerde eiser aan dat het UWV een andere periode had moeten kiezen voor de verrekening. De rechtbank verwierp dit standpunt, stellende dat de gebruikte periode correct was omdat de verrekening betrekking moest hebben op het jaar waarin de Wajong-uitkering was betaald.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter M.R. Aaron op 23 juli 2021.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de verrekening van de Wajong-uitkering met de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.