ECLI:NL:RBDHA:2021:8637
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die eerder een uitspraak deed in een andere zaak tussen verzoeker en de Staatssecretaris van Defensie. Verzoeker meent dat de rechter mogelijk vooringenomen is omdat hij in de huidige zaak opnieuw zal oordelen over een geschil met dezelfde belanghebbende.
De wrakingskamer overweegt dat het enkele feit dat een rechter eerder een uitspraak heeft gedaan tussen dezelfde partijen niet leidt tot een vermoeden van partijdigheid. Alleen bijzondere omstandigheden kunnen hiervan afwijken. Verzoeker heeft geen zodanige omstandigheden aangevoerd die de objectieve schijn van partijdigheid rechtvaardigen.
De kamer concludeert dat de huidige procedure een ander verzoek betreft met nieuwe feiten en omstandigheden, waarover de rechter nog geen oordeel heeft gegeven. Daarom is het wrakingsverzoek ongegrond en wordt het afgewezen. De procedure wordt voortgezet in de stand van het wrakingsverzoek.
De beslissing is genomen door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Den Haag en in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2021. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden die vooringenomenheid rechtvaardigen.