ECLI:NL:RBDHA:2021:8676
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens twijfel aan identiteit en geen schending artikel 8 EVRM
Eiseres, van Nigeriaanse nationaliteit, vroeg om een verblijfsvergunning onder de beperking 'verblijf bij partner'. Eerder was haar verblijfsvergunning ingetrokken vanwege twijfel aan de echtheid van het overgelegde paspoort, dat gebaseerd was op vermoedelijk onbevoegd opgemaakte documenten. De huidige aanvraag werd afgewezen omdat eiseres haar identiteit niet aannemelijk kon maken.
De rechtbank overweegt dat hoewel de Nederlandse overheid niet over de afgifte van buitenlandse paspoorten gaat, zij wel mag twijfelen aan de identiteit van de houder om identiteitsfraude te voorkomen. Eiseres slaagde er niet in aan te tonen dat het nieuwe paspoort gebaseerd is op andere, betrouwbare documenten. Tegenstrijdigheden in overgelegde stukken versterkten de twijfel.
Verder oordeelt de rechtbank dat er geen sprake is van inmenging in het gezinsleven in strijd met artikel 8 EVRM Pro. Eiseres kon niet aantonen dat het gezinsleven in Nigeria niet voortgezet kan worden of dat haar privéleven in Nederland zodanig beschermd moet worden dat vrijstelling van het mvv-vereiste gerechtvaardigd is.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende aannemelijkheid van de identiteit en geen schending van artikel 8 EVRM.