ECLI:NL:RBDHA:2021:8779
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag scootmobiel met kinderzitje en verhoging hulp bij huishouden Wmo 2015
Eiseres, met medische beperkingen, vroeg op grond van de Wmo 2015 om een scootmobiel met kinderzitje en een verhoging van de intensiteit van de hulp bij het huishouden. Verweerder wees deze aanvragen primair af en verklaarde de bezwaren aanvankelijk niet-ontvankelijk. Na wijziging van die besluiten verklaarde verweerder de bezwaren ongegrond.
De rechtbank stelt vast dat eiseres door haar fysieke beperkingen niet zelfstandig gebruik kan maken van de scootmobiel met kinderzitje, waardoor deze maatwerkvoorziening niet bijdraagt aan haar zelfredzaamheid of participatie. Ook het argument dat zij begeleiding krijgt en haar kind door een derde kan worden geholpen, leidt niet tot een ander oordeel.
Ten aanzien van de verhoging van de hulp bij het huishouden overweegt de rechtbank dat de huidige indicatie reeds rekening houdt met de aanwezigheid van kinderen en eiseres onvoldoende medische onderbouwing heeft geleverd voor een hogere indicatie. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar eiseres krijgt vergoeding van haar proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de afwijzing van de scootmobiel met kinderzitje en verhoging van hulp bij het huishouden ongegrond.