Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] en [naam], verzoekers
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekers dienden beroep in tegen besluiten van 16 maart 2021 waarin de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de asielaanvragen niet in behandeling nam vanwege de verantwoordelijkheid van Duitsland. Op 30 april 2021 trokken verzoekers het beroep in en verzochten om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank oordeelde op grond van artikel 8:54 Awb Pro zonder zitting en stelde vast dat de asielaanvragen niet werden behandeld omdat Duitsland op 5 februari 2021 akkoord ging met terugname. Verzoekers hadden zich reeds op 3 februari 2021 bij Duitse autoriteiten gemeld, waardoor overdracht niet noodzakelijk was.
De rechtbank concludeerde dat er geen sprake was van tegemoetkomen zoals bedoeld in artikel 8:75a Awb, omdat de omstandigheden na de besluiten waren veranderd. Daarom wees zij het verzoek om proceskostenvergoeding als kennelijk ongegrond af.
Na intrekking van het beroep reisden verzoekers Nederland weer in. De Duitse autoriteiten weigerden terugname op 22 maart 2021. Vervolgens trok de staatssecretaris de besluiten van 16 maart 2021 administratief in, zonder erkenning van onjuistheid. Dit bood geen grond voor proceskostenvergoeding.
De rechtbank wees het verzoek af en maakte dit zonder zitting bekend.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkomen door het bestuursorgaan.