Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 januari 2021 in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Het oordeel van de rechtbank
op de voorwaarde van voldoende bestaansmiddelen geen uitzondering gemaakt kan worden. Indien in voorkomende gevallen de EU-status van langdurig ingezetene met voorbijgaan aan de middelentoets zou worden verleend, zou dat in strijd komen met de normen van de richtlijn, wat het vertrouwen van de andere lidstaten in de door Nederlands afgegeven EU-status van langdurig ingezetene kan aantasten. (…) ”
Eiser heeft daarnaast ook niet onderbouwd dat hij tot de periode waarin de maatregelen werden afgekondigd altijd inkomsten heeft geworven. Eiser heeft een arbeidsovereenkomst overgelegd waaruit blijkt dat hij van 20 juli 2015 tot en met 20 februari 2016 heeft gewerkt bij [bedrijf 1] . Verder heeft eiser een uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel overgelegd waaruit blijkt dat zijn eigen bedrijf [bedrijf 2] heeft bestaan van 1 juni 2017 tot 27 november 2018. Dit ligt beiden in de periode ver voor de afkondiging van de coronamaatregelen in maart 2020. In de overgelegde verklaring van de werkgever [bedrijf 3] van 1 april 2020 staat verder weliswaar dat eiser in dienst kan treden nadat de coronacrisis voorbij is, omdat er momenteel geen werk te verrichten is, maar hieraan kan ook niet het gewicht worden toegekend dat eiser wenst. Dit omdat het ook niet onderbouwt dat eiser tot aan de afkondigde maatregelen werk en inkomen heeft gehad zoals hij stelt en daarnaast niet omdat het ook anderszins niet het maken van een uitzondering rechtvaardigt en nu het een toekomstig onzekere omstandigheid betreft. De beroepsgrond slaagt niet.