ECLI:NL:RBDHA:2021:8859

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 juli 2021
Publicatiedatum
13 augustus 2021
Zaaknummer
8922997\ EJ VERZ 20-86771
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:345 BWArt. 1:253k BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek machtiging minderjarigenbewind voor oprichting spaar-BV

Verzoekers hebben bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend om machtiging te verkrijgen voor het (gedeeltelijk) volstorten van aandelen door minderjarigen in een op te richten BV, evenals de aanvaarding van een schenking aan deze minderjarigen. De BV betreft een spaar-BV waarin jaarlijks schenkingen zouden worden gedaan.

De kantonrechter beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 1:345 BW Pro, dat machtiging vereist voor bepaalde handelingen namens minderjarigen, waaronder het aangaan van verplichtingen en het aanvaarden van giften met voorwaarden. De kantonrechter constateerde dat het volstorten van aandelen en het aanvaarden van de schenking machtiging behoeven.

De rechtbank stelde vast dat de minderjarigen aanzienlijke bedragen van hun spaargeld zouden inzetten en dat de ouders ook bedragen zouden schenken. De kantonrechter vroeg naar het doel van de constructie, maar kreeg geen duidelijk antwoord. De indruk bestond dat de constructie was opgezet om belasting te ontwijken.

De machtiging werd geweigerd omdat het resterende spaargeld na storting te laag zou zijn en omdat het niet in het belang van de minderjarigen is om op jonge leeftijd deel te nemen aan een complexe BV-structuur. Fiscale belangen van de ouders mogen geen rol spelen bij de beoordeling. De beschikking werd uitgesproken op 28 juli 2021 door kantonrechter W.A. Swildens.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om machtiging minderjarigenbewind af wegens gebrek aan belang voor de minderjarigen en vermoedelijke fiscale motieven.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Zittingsplaats Leiden
Vb. nr. [...]
Zaaknummer: 8922997\ EJ VERZ 20-86771
Beslissing van de kantonrechter inzake minderjarigen bewind
In de zaak van:
Verzoekers: [Verzoeker 1] en [Verzoeker 2]
beiden wonende te [plaats] ,
vertegenwoordigd door: [notaris] (notariskantoor [...] )
uitoefenende het gezag over de minderjarigen:
[Minderjarige 1], geboren te [plaats] [in] 2005,
[Minderjarige 2], geboren te [plaats] [in] 2006,
[Minderjarige 3], geboren te [plaats] [in] 2014.

1.Procedure

1.1.
De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
  • het verzoekschrift, (abusievelijk) gedateerd op 24 januari 2019 en ingekomen ter griffie op 14 december 2020;
  • de brief van de griffier van 23 december 2020;
  • de brief van [notaris] , (abusievelijk) gedateerd op 24 januari 2019 en ingekomen ter griffie op 24 februari 2021;
  • de brief van de griffier van 16 juni 2021,
  • de brief van [notaris] van 12 juli 2021.

2.Het verzoek

2.1.
Verzoekers verzoeken machtiging te verlenen voor:
  • de (gedeeltelijke) volstorting uit het eigen vermogen van minderjarigen op de door hun verkregen aandelen zoals omschreven in de akte van oprichting;
  • verkrijging van de bij bedoelde minderjarigen geplaatste aandelen zoals omschreven in de akte van oprichting;
  • de aanvaarding van de schenking aan de bedoelde minderjarigen zoals omschreven in de akte van oprichting.
2.2.
Verzoekers zijn voornemens om door [Verzoeker 1] en de minderjarigen een BV op te richten genaamd [...] BV. De bij de minderjarigen geplaatste aandelen worden deels volgestort door eigen vermogen van de minderjarigen en deels door schenking door de ouders. Het is een spaargeld BV en verzoekers zijn voornemens om elk jaar schenkingen te doen.

3.Beoordeling

3.1.
Artikel 1: 345, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) luidt als volgt:
De voogd behoeft machtiging van de kantonrechter om de navolgende handelingen voor rekening van de minderjarige te verrichten:
a.aangaan van overeenkomsten strekkende tot beschikking over goederen van de minderjarige, tenzij de handeling geld betreft, als een gewone beheersdaad kan worden beschouwd, of krachtens rechterlijk bevel geschiedt;
b.giften doen, andere dan gebruikelijke, niet bovenmatige;
c.een making of gift, waaraan lasten of voorwaarden zijn verbonden, aannemen;
d.geld lenen of de minderjarige als borg of hoofdelijke medeschuldenaar verbinden;
e.overeenkomen dat een boedel, waartoe de minderjarige gerechtigd is, voor een bepaalde tijd onverdeeld wordt gelaten.
Krachtens artikel 1:253k van het BW geldt deze bepaling ook voor het ouder-bewind.
3.2.
De kantonrechter oordeelt dat het verbinden tot het volstorten van aandelen machtiging behoeft op grond van artikel 1:345, eerste lid, onder d van het BW. Voor het aanvaarden van de schenking is eveneens machtiging vereist (artikel 1:345, eerste lid, onder c van het BW) omdat de schenking geschiedt onder de verplichting mee te werken aan de oprichting van de BV.
3.3.
De kantonrechter stelt vast dat het de bedoeling is dat de minderjarigen € 38.000,00 (dan wel € 26.000,00 voor de jongste van de minderjarigen) van hun spaargelden in aandelen van een BV gaan storten. Zij worden vervolgens eigenaar van 100 aandelen van deze BV. De bedoeling is dat de ouders ook bedragen gaan schenken. De kantonrechter heeft verzoekers gevraagd naar het doel van deze constructie. Het is immers ook mogelijk om de minderjarigen elk jaar geld te schenken zonder dat deze constructie wordt opgetuigd. Een eenduidig antwoord op deze vraag is uitgebleven. Het lijkt er al met al op dat de constructie is opgezet om belasting te ontwijken.
3.4.
De kantonrechter zal de machtiging niet verlenen. Enerzijds omdat de resterende bedragen op de eigen rekeningen van de minderjarigen na storting minder dan € 3.000,00 zullen zijn. Anderzijds omdat het niet in het belang van de minderjarigen is om op jonge leeftijd (de jongste is zeven jaar) in een ingewikkelde BV constructie te komen met elkaar en hun moeder. Daar komt bij dat de kennelijk aanwezige fiscale belangen van de ouders geen rol mogen spelen bij de beoordeling of het optuigen van deze BV in het belang van de minderjarigen is.

4.Beslissing

De kantonrechter:
- weigert de verzochte machtiging (-en).
Deze beschikking is gegeven door mr. W.A. Swildens, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 juli 2021.
Tegen deze beslissing kan door indiening van een beroepschrift
(door een advocaat) ter griffie van het Gerechtshof te ‘s-Gravenhage
hoger beroep worden ingesteld:
a. door de verzoeker en door de in de procedure verschenen belanghebbenden,
binnen drie maanden na de dag van de uitspraak.
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de
betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze
bekend is geworden.