Uitspraak
Echtscheiding met nevenvoorzieningen en verzoek ex artikel 1:253a BW
[X] ,
[Y] ,
Procedure
- het op 4 november 2019 ingekomen verzoekschrift, met producties 1 tot en met 8, van de zijde van de vrouw;
- het F9-formulier van 26 november 2019 van de zijde van de vrouw, met als bijlage het betekeningsexploit;
- de brief van 28 november 2019 van de zijde van de vrouw;
- de brief van 24 december 2019, met bijlagen, van de zijde van de man;
- de brief van 7 januari 2020, met bijlagen, van de zijde van de vrouw;
- de brief van 14 januari 2020 van de zijde van de man;
- het F9-formulier van 15 januari 2020, met bijlagen, van de zijde van de vrouw;
- de brief van 16 januari 2020 van de zijde van de vrouw;
- de brief van 24 januari 2020, met bijlagen, van de zijde van de man;
- de brief van 27 januari 2020, met bijlage, van de zijde van de vrouw;
- de brief van 27 januari 2020 van de zijde van de man;
- het op 5 februari 2020 ingekomen verweerschrift met zelfstandige verzoeken, met producties 1 tot en met 27, van de zijde van de man;
- het op 2 september 2020 ingekomen verweerschrift op de zelfstandige verzoeken, met aanvullende/gewijzigde verzoeken, met producties 10 tot en met 28, van de zijde van de vrouw;
- het op 15 maart 2021 ingekomen verweerschrift op de aanvullende/gewijzigde verzoeken, tevens wijziging/aanvulling van de zelfstandige verzoeken, met producties 28 tot en met 83, van de zijde van de man;
- het F9-formulier van 19 maart 2021 van de zijde van de man;
- het F9-formulier van 22 maart 2021 van de zijde van de vrouw;
- het e-mailbericht van 6 mei 2021 van de zijde van de vrouw, met productie 43 vooruit gezonden;
- de brief van 10 mei 2021 houdende een wijziging van de verzoeken, met producties 29 tot en met 45, van de zijde van de vrouw;
- de brief van 10 mei 2021, met productie 46, van de zijde van de vrouw;
- de brief van 10 mei 2021, met producties 84 tot en met 105, van de zijde van de man;
- de brief van 10 mei 2021, met producties 106 tot en met 109, van de zijde van de man.
- het op 24 september 2020 ingekomen verzoekschrift, met bijlagen, van de zijde van de vrouw;
- het F9-formulier van 27 januari 2021 van de zijde van de vrouw;
- het op 15 maart 2021 ingekomen verweerschrift, met bijlagen, van de zijde van de man.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam medewerker RvdK] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
- De man en de vrouw zijn met elkaar gehuwd op [datum huwelijk] 2001 te [plaats huwelijk] .
- Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:
- De man en de vrouw oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit.
- De man en de vrouw zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden, kort gezegd inhoudende een koude uitsluiting met een periodiek verrekenbeding en een finaal verrekenbeding.
- De man en de vrouw hebben – in ieder geval – de Nederlandse nationaliteit.
- Deze rechtbank heeft op 19 februari 2020 voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover hier van belang inhoudende dat:
- de man bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] te ( [postcode] [woonplaats 2] ;
- [voornaam jong-meerderjarige] , [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] aan de man zullen worden toevertrouwd;
- de man aan de vrouw, met ingang van 19 februari 2020, voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarigen van in totaal € 125,- per maand zal betalen;
- de man aan de vrouw met ingang van 19 februari 2020 voorlopig een partneralimentatie van € 3.239,- bruto per maand zal betalen.
Verzoek en verweer
- het integraal opnemen van de afspraken, die in het kader van de door de vrouw separaat aangespannen procedure ex artikel 1:253a BW zijn gemaakt, althans de regelingen die door de rechter in die procedure zullen worden vastgesteld, in de te wijzen beschikking, althans een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: zorgregeling) ten aanzien van de minderjarige kinderen vast te stellen, zoals de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren, op grond van nader door de vrouw te formuleren voorstellen daartoe, alsmede om de procedure op dit onderdeel pro forma aan te houden;
- vaststelling van een informatie- en consultatieregeling, inhoudende dat de man de vrouw één keer per maand dient te informeren over zaken die de kinderen betreffen (school, sport, gezondheid), alsmede buiten die termijn, zodra zich belangrijke gebeurtenissen in het leven van de kinderen voordoen, alsmede dat de man de vrouw dient te consulteren – zo nodig door tussenkomst van derden – over beslissingen ten aanzien van de kinderen, althans een zodanige regeling als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren;
- voorwaardelijk (afhankelijk van voormelde procedure): vaststelling van een door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen en in de kosten van studie en levensonderhoud van het meerderjarige kind van € 76,- per maand per kind, bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen;
- vaststelling van door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie van € 13.000,- bruto per maand, bij vooruitbetaling te voldoen, voor het geval niet aanstonds zou kunnen worden beslist over de alimentatie, verzoekt de vrouw de rechtbank om in ieder geval een voorlopige partneralimentatie vast te stellen;
- vaststelling van de (wijze van) verdeling van de eenvoudige gemeenschap(pen) en de verrekening, conform het voorstel van de vrouw als opgenomen in ad. G tot en met L in haar verweerschrift op de zelfstandige verzoeken, met aanvullende / gewijzigde verzoeken van 2 september 2020 en de herformulering zoals volgt uit de brief van 10 mei 2021;
- primairveroordeling van de man om binnen drie maanden na de beschikkingsdatum zijn onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan conversie van de (verevenings)aanspraken van de vrouw op ouderdomspensioen en partnerpensioen, als bedoeld in artikel 5 Wvps Pro, alsmede om – indien de man daarmee in gebreke blijft – de vrouw te machtigen om met goedkeuring van de rechtbank alle feitelijke en/of rechtshandelingen te verrichten, c.q. alle documenten te ondertekenen, waartoe de man uit hoofde van de verzochte veroordeling is gehouden, althans om de ten deze te wijzen beschikking in de plaats te stellen van de ontbrekende medewerking van de man om de daartoe benodigde feitelijke en/of rechtshandelingen te verrichten;
- vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen bij de man;
- vaststelling van een zorgregeling, in die zin dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] ten minste één keer per veertien dagen van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur bij de vrouw verblijven, waarbij de vrouw met de kinderen afspraken zal maken over de invulling van die weekenden en de vrouw zal voorzien in de maaltijden van de minderjarigen in die weekenden, althans een zodanige zorgregeling te bepalen als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren;
- bepaling dat partijen elkaar ten minste een maal per maand dienen te informeren over het wel en wee van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] en dat zij bij het nemen van belangrijke beslissingen over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hierover vooraf en tijdig contact met elkaar zullen hebben teneinde samen een beslissing te kunnen nemen, althans een zodanige informatieregeling te bepalen als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren;
- vaststelling van een door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie van primair € 18,85 per kind per maand en subsidiair € 56,55 per kind per maand;
- voor zover de rechtbank een uitkering tot levensonderhoud van de vrouw vaststelt, deze
- bepaling dat de man recht heeft op het voortgezet gebruik van de echtelijke woning alsmede de inboedel daarvan gedurende zes maanden met ingang van de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking;
- voor zover de rechtbank het verzoek van de vrouw om een gebruiksvergoeding ten aanzien van de echtelijke woning (deels) toewijst, bepaling dat de vrouw vanaf het moment dat de man een gebruiksvergoeding aan haar dient te betalen haar aandeel in de lasten van de echtelijke woning voortaan maandelijks zelf dient te betalen en daarbij te bepalen dat als de vrouw haar aandeel in die lasten niet tijdig betaalt en de man als gevolg daarvan alsnog de lasten voor de vrouw betaalt, de vrouw haar aandeel in de lasten uiterlijk ten tijde van de toedeling van de woning aan de man dan wel de levering van de woning aan een derde aan de man dient te betalen;
- vaststelling van de (wijze van) verdeling van de eenvoudige gemeenschap(pen) en de verrekening, conform het voorstel van de man als opgenomen in ad. 9 tot en met 12 in zijn verweerschrift op de aanvullende / gewijzigde verzoeken, tevens wijziging / aanvulling van de zelfstandige verzoeken van 15 maart 2021;
Beoordeling
Ik wil geen rol spelen in de juridische verwikkelingen omdat dat de zuiverheid van het energetische werk dat we gaan doen mogelijkerwijs zal vertroebelen. Wel zal wanneer ieder zo ver is [naam] nog een eindgesprek met jullie hebben om te rapporteren hoe het met jullie is en eventueel welke beslissingen er genomen kunnen worden, zodat dit traject aansluit op de realiteit die al is ontstaan.”
Huisvesting van (afgerond) € 1.673,-
Greenwheels, zodat met deze kosten geen rekening meer dient te worden gehouden. De rechtbank zal in redelijkheid rekening houden met een aangepast bedrag aan benzinekosten (E1) van € 100,- per maand. De man heeft de overige aan de auto verbonden kosten niet betwist, behoudens de parkeerkosten (E4), de afschrijving van de auto (E5) en de rente van de lening (E6).
Totaal € 6.178,- netto per maand.
financial controller. In dat vakgebied is volgens de man voldoende werkgelegenheid. De man heeft zijn twijfels geuit over de door de vrouw overgelegde rapportage van het UWV, omdat de vrouw kennelijk wel in staat is een bestuursfunctie te vervullen en de kinderen te verzorgen. Van de vrouw kan dan ook worden verlangd dat zij haar verantwoordelijkheid neemt om te proberen in haar eigen levensonderhoud te voorzien, aldus de man.
[functie]gewerkt en daaruit een aanzienlijk inkomen gehad. De rechtbank zal daarom nu geen verdiencapaciteit aan de vrouw toekennen.
de reële reiskosten
de netto pensioenbijdrage
aanvullendepensioenopbouw niet, dan wel onvoldoende, is gebleken. De man heeft immers een stamrechtvoorziening ( [B.V.] ) en er is sprake van (voorhuwelijks) vermogen aan de zijde van de man. Dat de man al vijf jaar extra pensioen opbouwt, waar de vrouw van mee profiteert, maakt het oordeel van de rechtbank niet anders, nu de man al pensioen opbouwt en hij zelf kan bepalen of hij
aanvullendpensioen spaart.
de bonusuitkering
- hypotheekrente van € 2.224,- per maand;
- hypotheekaflossing van € 1.417,- per maand;
- nominale premie basisverzekering ZVW van € 129,- per maand;
- eigen risico van € 32,- per maand.
Beslissing
- [naam minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2005 te [geboorteplaats] , en
- [naam minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2007 te [geboorteplaats] ,
- de eerste twee keer om de twee weken op zondag vanaf lunchtijd (12.30 uur) tot 18.00 uur;
- vervolgens twee keer om de twee weken van zaterdag vanaf lunchtijd (12.30 uur) tot zondag 18.00 uur;
- daarna eenmaal per twee weken van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur
15 september 2021.