ECLI:NL:RBDHA:2021:8906
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uitschrijving uit Basisregistratie Personen na huisbezoek en adresonderzoek
Eiser is ambtshalve uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen (BRP) per 19 september 2019 na een huisbezoek door de Haagse Pand Brigade en een daaropvolgend adresonderzoek door verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Eiser maakte bezwaar tegen deze uitschrijving, dat in eerste instantie niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege onduidelijkheid over het bestreden besluit. Na verduidelijking is het bezwaar inhoudelijk ongegrond verklaard.
Eiser voerde aan dat verweerder onzorgvuldig handelde door het bezwaar aanvankelijk niet-ontvankelijk te verklaren en dat zijn belangen onvoldoende waren meegewogen, mede vanwege zijn leeftijd en gezondheidsproblemen. Verweerder stelde dat eiser niet op het adres woonde, zoals bleek uit het huisbezoek en een confrontatiegesprek, en dat er geen ruimte was voor een belangenafweging bij het nemen van het besluit.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat eiser niet op het adres woonde en dat de uitschrijving terecht was. De rechtbank vond geen aanwijzingen voor onzorgvuldig handelen en stelde dat het belang van juiste gegevens in de BRP zwaarder weegt dan persoonlijke omstandigheden. Het eerste beroep werd niet-ontvankelijk verklaard en het tweede ongegrond. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en het griffierecht werd verrekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de ambtshalve uitschrijving uit de BRP is niet-ontvankelijk verklaard en het inhoudelijke beroep ongegrond; verweerder is veroordeeld tot betaling van proceskosten.