ECLI:NL:RBDHA:2021:8909
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitschrijving uit de Basisregistratie Personen na onderzoek woonplaats
Eiser was ingeschreven op een adres waar hij volgens het college van burgemeester en wethouders van Den Haag niet feitelijk woonde. Na onderzoek, waaronder observaties, camerabeelden en verklaringen van de verhuurder, concludeerde verweerder dat een derde persoon op het adres woonde. Eiser werd daarom ambtshalve uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen (BRP).
Eiser betoogde dat hij regelmatig op het adres verbleef, bewijsstukken had aangeleverd en dat de uitschrijving hem financieel zou benadelen, onder meer door kortingen op AOW en toeslagen. Verweerder stelde dat eiser de woning verhuurde en geen verhuizing had doorgegeven, waardoor uitschrijving terecht was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende en deugdelijk had gemotiveerd dat eiser niet op het adres woonde. Eiser had geen aangifte van verhuizing gedaan en de intentie om terug te keren was niet relevant voor de feitelijke woonplaats. Het onderzoek van verweerder was zorgvuldig en er was geen ruimte voor belangenafweging bij inschrijving in de BRP.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de uitschrijving uit de BRP wordt ongegrond verklaard.