Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam 1] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag
Eisers, beiden staatloos en met een gezin van vijf minderjarige kinderen, hebben een aanvraag ingediend voor verlenging van hun verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd onder de beperking 'humanitair tijdelijk'. Zij verzochten om vrijstelling van de leges, maar deze werd geweigerd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Eisers betaalden de leges ondanks hun verzoek en maakten bezwaar tegen de weigering, dat ongegrond werd verklaard.
In beroep voerden eisers aan dat zij betalingsonmacht hebben vanwege hun bijstandsuitkering en de jaarlijkse legesheffing een te grote financiële last vormt. Zij verwezen naar een eerdere uitspraak waarin vrijstelling werd toegekend bij niet-tijdelijke humanitaire verblijfsvergunningen. De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 3.34 van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 voor verlengingsaanvragen op tijdelijke humanitaire gronden geen vrijstelling van leges is toegestaan.
De rechtbank stelt vast dat de omstandigheden van eisers niet zodanig bijzonder zijn dat de legesheffing onevenredig is in verhouding tot het doel van de heffing. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van vrijstelling van leges wordt ongegrond verklaard.