ECLI:NL:RBDHA:2021:8942
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning familie- of gezinslid wegens verbroken relatie en afwijzing wijzigingsverzoek
Eiseres, van Keniaanse nationaliteit, kreeg op 15 december 2016 een verblijfsvergunning als familie- of gezinslid bij haar partner, geldig tot 15 december 2021. Verweerder trok deze vergunning met terugwerkende kracht per 9 juni 2019 in, omdat de relatie met haar partner was verbroken. Tevens wees verweerder haar verzoek tot wijziging van het verblijfsdoel af, waarbij eiseres zich beriep op huiselijk geweld.
De rechtbank oordeelt dat de intrekking terecht is, aangezien niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden van de verblijfsvergunning. De enkele verklaring van eiseres over huiselijk geweld is onvoldoende onderbouwd met ondersteunende documenten zoals politie- of medische stukken. Verweerder heeft haar ruimschoots gelegenheid gegeven haar aanvraag te onderbouwen, maar zij heeft dit nagelaten.
Ook het beroep op bijzondere humanitaire omstandigheden wordt verworpen wegens gebrek aan onderbouwing. De rechtbank acht het niet onredelijk dat verweerder afzag van een hoorzitting, gezien de inhoud van het besluit en de aangevoerde gronden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de verblijfsvergunning en de afwijzing van het wijzigingsverzoek.