ECLI:NL:RBDHA:2021:8944
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en coronamaatregelen
Eiser, een Malinese nationaliteit bezittende asielzoeker, diende op 11 februari 2021 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland had een verzoek tot terugname aan Duitsland gedaan, dat werd aanvaard.
Eiser voerde aan dat overdracht aan Duitsland indirect refoulement kan veroorzaken, mede omdat Duitsland hem eerder aan Italië had geclaimd. Tevens stelde hij dat de coronapandemie bijzondere en individuele omstandigheden schept die een overdracht belemmeren. Verweerder stelde dat de coronapandemie geen bijzondere of individuele omstandigheid vormt en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt.
De rechtbank oordeelde dat het risico op indirect refoulement niet aannemelijk is gemaakt. Duitsland draagt de verantwoordelijkheid om het verbod op refoulement te respecteren. De coronapandemie wordt gezien als een tijdelijk en feitelijk overdrachtsbeletsel dat de verantwoordelijkheid van lidstaten niet aantast. Eiser verscheen niet bij het Dublin-gehoor, waardoor hij geen bezwaar kenbaar maakte tegen overdracht.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.