ECLI:NL:RBDHA:2021:9015
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens veilig derde land Zuid-Afrika
Eiseres, een vrouw met de Congolese nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Zuid-Afrika als veilig derde land wordt beschouwd.
Eiseres betoogde dat Zuid-Afrika voor haar persoonlijk geen veilig derde land is, omdat zij daar slechts tijdelijk verbleef, geen langdurige vergunning kreeg en geen sterke familiebanden onderhoudt. Zij verwees naar haar tijdelijke verblijfsvergunning en het ontbreken van contact met familieleden in Zuid-Afrika.
De rechtbank oordeelde echter dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat Zuid-Afrika voldoet aan de vereisten van een veilig derde land. Zuid-Afrika is partij bij het Vluchtelingenverdrag en kent een asielprocedure die bescherming biedt. De rechtbank vond dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij persoonlijk gevaar loopt in Zuid-Afrika of dat de autoriteiten haar geen bescherming kunnen bieden.
Verder stelde de rechtbank vast dat eiseres een voldoende band met Zuid-Afrika heeft vanwege haar eerdere verblijf en familieleden aldaar. Het gestelde gezinsleven in Nederland met haar echtgenoot werd niet aannemelijk geacht. De rechtbank bevestigde dat eiseres Nederland binnen vier weken moet verlaten na het verstrijken van de beroepstermijn. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en eiseres moet Nederland binnen vier weken verlaten.