ECLI:NL:RBDHA:2021:9135
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging Dublin-besluit Oostenrijk met instandhouding rechtsgevolgen
Verzoeker diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door verweerder niet in behandeling werd genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Oostenrijk als verantwoordelijke lidstaat werd aangewezen.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om overdracht te voorkomen totdat op het beroep was beslist. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 3 augustus 2021.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit vernietigd wordt, maar dat de rechtsgevolgen van het besluit volledig in stand blijven. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 748,-.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.C.J. van Dooijeweert en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bestreden besluit wordt vernietigd met instandhouding van de rechtsgevolgen.