ECLI:NL:RBDHA:2021:9181
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering visum kort verblijf wegens onvoldoende motivering sociale en economische binding
Eiseres en haar dochter, beiden met de Marokkaanse nationaliteit, vroegen een visum kort verblijf aan om familie in Nederland te bezoeken. Verweerder wees de aanvragen af wegens onvoldoende aangetoonde sociale en economische binding met Marokko, waardoor twijfel bestond over het voornemen om tijdig terug te keren.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de binding gering zou zijn. Het feit dat eiseres huisvrouw is, betekent niet automatisch onvoldoende economische binding, zeker niet wanneer haar echtgenoot een goedlopende slagerij heeft. Verweerder heeft nagelaten de inkomenspositie van de echtgenoot mee te wegen en is niet ingegaan op de sociale binding van de studerende dochter en eerdere visumverstrekking.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met het motiveringsbeginsel en artikel 7:12 Awb Pro, en draagt verweerder op om na nadere onderbouwing van de economische binding opnieuw te beslissen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen na nadere onderbouwing van de economische binding.