ECLI:NL:RBDHA:2021:9212
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens onvoldoende ondernemingsplan en oplegging inreisverbod
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 5 januari 2021, waarin zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning als zelfstandige werd afgewezen vanwege een onvoldoende onderbouwd ondernemingsplan. De rechtbank oordeelt dat het ondernemingsplan niet voldoet aan de vereisten, omdat het ontbreekt aan recente en gespecificeerde verkoopfacturen, een op de onderneming toegespitste markt- en concurrentieanalyse, en onderbouwing van de competenties van eiser.
Verweerder heeft het besluit niet ter advisering aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat voorgelegd, wat de rechtbank rechtvaardigt gezien de gebrekkige onderbouwing. Daarnaast heeft verweerder een inreisverbod van twee jaar opgelegd, gebaseerd op het niet voldoen aan een eerder opgelegd terugkeerbesluit. Eiser betoogt dat het inreisverbod in strijd is met artikel 8 EVRM Pro, het recht op privéleven, maar de rechtbank verwerpt dit omdat eiser onvoldoende integratie in Nederland heeft aangetoond.
De rechtbank stelt vast dat verweerder terecht heeft afgezien van het horen van eiser in de bezwaarprocedure, aangezien redelijkerwijs geen twijfel bestond dat het bezwaar tot een ander besluit zou leiden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning en het opgelegde inreisverbod wordt ongegrond verklaard.