Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[Naam 1], eiseres
de kinderen),
Rechtbank Den Haag
Eiseres, met haar minderjarige kinderen, diende een asielaanvraag in Nederland in. De kinderen hebben de Duitse nationaliteit, waardoor Nederland de aanvragen van de kinderen niet-ontvankelijk verklaarde op grond van Protocol 24 van het EU-verdrag, dat veilige lidstaten als Duitsland aanwijst.
De asielaanvraag van eiseres zelf werd niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling, een verzoek tot overname door Nederland werd door Duitsland aanvaard. Eiseres voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet op haar situatie van toepassing is vanwege problemen met de Duitse jeugdzorg, waaronder gedwongen scheiding en dreiging van uithuisplaatsing.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland haar en haar kinderen niet de vereiste internationale bescherming biedt. De argumenten over schending van grondrechten en het ontbreken van effectieve rechtsmiddelen in Duitsland werden niet onderbouwd met objectieve documenten. Ook werd geen schending van artikel 8 EVRM Pro vastgesteld, omdat het besluit niet leidt tot feitelijke scheiding van eiseres en haar kinderen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.