ECLI:NL:RBDHA:2021:9218

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 juni 2021
Publicatiedatum
23 augustus 2021
Zaaknummer
AMS 21/1938 en AMS 21/1939
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRMArt. 78 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening mvv wegens onvoldoende bewijs duurzame en exclusieve relatie

Verzoekers, een moeder en haar minderjarige dochter met de Surinaamse nationaliteit, hebben een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd vanwege verblijf als familie- of gezinslid. De aanvragen zijn door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen op grond dat niet is aangetoond dat sprake is van een duurzame en exclusieve relatie tussen verzoekster en de referent.

Verzoekers stelden dat zij sinds april 2020 een exclusieve relatie hebben en dat verzoekster zwanger is van de referent. Zij overleggen verklaringen, foto’s en whatsapp-gesprekken ter onderbouwing. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat deze stukken onvoldoende concreet zijn en onvoldoende inzicht geven in de aard en duur van de relatie. Ook de relatie tussen de minderjarige dochter en de referent is onvoldoende aangetoond.

Verzoekster gaf aan dat zij inmiddels bij de referent woont en dat hij het ongeboren kind wil erkennen, maar verweerder mag bewijs verlangen van het vaderschap. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro is niet nader onderbouwd en wordt verworpen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en laat het bezwaar verder in behandeling.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van een duurzame en exclusieve relatie.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummers: AMS 21/1938 en 21/1939

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van

27 mei 2021 in de zaak tussen

[verzoekster 1] , verzoekster

en haar minderjarige dochter,
[verzoekster 2], hierna: [verzoekster 2]
tezamen: verzoekers
(gemachtigde: mr. M. de Miranda),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: F. Ozcan–Saglik).

Procesverloop

Bij twee afzonderlijke besluiten van 1 maart 2021 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) afgewezen.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 27 mei 2021. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde en haar [moeder] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na sluiting van het onderzoek op de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.

Overwegingen

1. Verzoekers hebben de Surinaamse nationaliteit en zijn geboren op [geboortedatum 1] 1993 en [geboortedatum 2] 2013. Op 10 september 2019 zijn zij met een visum kort verblijf Nederland ingereisd. Zij hebben de vrije termijn overschreden en zijn voornemens hier te blijven. Op 16 november 2020 heeft [referent] , als referent, een mvv voor verzoekers aangevraagd vanwege verblijf als familie- of gezinslid. Verzoekster zou de heer [referent] op
27 september 2019 hebben ontmoet en sinds 11 april 2020 een relatie met hem hebben. Inmiddels zou zij 21 weken zwanger van hem zijn.
2. Met het bestreden besluit heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat niet is gebleken van een duurzame en exclusieve relatie die in voldoende mate met een huwelijk op een lijn is te stellen. De overgelegde verklaringen zijn onvoldoende concreet. Ook de overgelegde foto’s en uitdraaien van whatsapp-gespreken onderbouwen de relatie onvoldoende.
3. Verzoekers zijn het hier niet mee eens. Zij voeren aan dat de relatie tussen beide verzoekers en [referent] voldoende is aangetoond. Verzoekster en [referent] kennen elkaar sinds
27 september 2020 na een concert en vanaf 11 april 2020 hebben zij een exclusieve relatie. Dat het antwoord op het vragenformulier van 3 februari 2021 summier is, komt omdat 15 maanden zijn verstreken en zij hebben geen dagboek bijgehouden met wat zij allemaal gedaan hebben. Volgens verzoekers heeft verweerder niet uitgelegd waarom het van belang is wat de intensiteit van de relatie is. Zij bieden verder aan dat, indien nodig, aan familieleden gevraagd kan worden naar de bevestiging van de ontmoetingen. De relatie tussen [verzoekster 2] en [referent] moet verweerder nader onderzoeken, omdat zij een relatie in de zin van artikel 8 van Pro het EVRM [1] hebben. Daarnaast bevestigt de zwangerschap de duurzame en exclusieve relatie tussen verzoekster en [referent] .

Oordeel van de rechtbank

4.1
De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder de aanvragen van verzoekers mocht afwijzen. In een aanvraagsituatie zoals dat van verzoekers is het aan de aanvrager om te onderbouwen dat sprake is van een duurzame en exclusieve relatie. Om dit aannemelijk te maken hebben verzoekers verklaringen met vragenlijsten, foto’s en whatsapp-gesprekken overgelegd. In de beantwoording van de vragen over de liefdesrelatie tussen [referent] en verzoekster is onvoldoende concreet geworden hoe deze is begonnen en wordt vormgegeven. Onduidelijk blijft wanneer, waar en hoe vaak zij elkaar hebben ontmoet en wat zij samen hebben ondernomen. Ook als zij alleen thuis hebben afgesproken, zoals door verzoekster naar voren is gebracht, mag verwacht worden dat gedetailleerder en concreter wordt verklaard. De overgelegde whatsapp-gesprekken geven onvoldoende inzicht in de gestelde relatie. Ook de relatie tussen [verzoekster 2] en [referent] is onvoldoende aannemelijk gemaakt. Er is summier verklaard en er zijn geen onderbouwde stukken overgelegd.
4.2
Op de zitting heeft verzoekster naar voren gebracht dat zij nu bij [referent] woont en dat hij het ongeboren kind wil erkennen. Volgens verzoekster zijn dit een sterke indicatoren voor de duurzame en exclusieve relatie. Op dit moment staat voor verweerder niet vast dat [referent] de vader van het ongeboren kind is. Verweerder mag daarvan bewijs verlangen. Als te zijner tijd blijkt [referent] de biologische vader is, dan zal verweerder dat als aanwijzing kunnen zien van een duurzame en exclusieve relatie. Op dit moment is dat echter nog niet aan de orde.
4.3
Op de zitting heeft verzoekster nog naar voren gebracht dat het bestreden besluit in strijd is met het recht op bescherming van privéleven van artikel 8 van Pro het EVRM. Met verweerder stelt de voorzieningenrechter vast dat deze grond eerst op zitting naar voren is gebracht en niet nader is onderbouwd. De voorzieningenrechter volgt dit betoog van verzoekster dan ook niet.
4.4
Om verzoekster de gelegenheid te bieden de op de zitting naar voren gebrachte standpunten nader te onderbouwen, zal de voorzieningenrechter het bezwaar niet afdoen met artikel 78 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, zoals verzocht door verweerder.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.K. Mireku, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. T. Rijs, griffier.
Waarvan proces-verbaal,
griffier
voorzieningenrechter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Voetnoten

1.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.