ECLI:NL:RBDHA:2021:9218
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening mvv wegens onvoldoende bewijs duurzame en exclusieve relatie
Verzoekers, een moeder en haar minderjarige dochter met de Surinaamse nationaliteit, hebben een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd vanwege verblijf als familie- of gezinslid. De aanvragen zijn door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen op grond dat niet is aangetoond dat sprake is van een duurzame en exclusieve relatie tussen verzoekster en de referent.
Verzoekers stelden dat zij sinds april 2020 een exclusieve relatie hebben en dat verzoekster zwanger is van de referent. Zij overleggen verklaringen, foto’s en whatsapp-gesprekken ter onderbouwing. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat deze stukken onvoldoende concreet zijn en onvoldoende inzicht geven in de aard en duur van de relatie. Ook de relatie tussen de minderjarige dochter en de referent is onvoldoende aangetoond.
Verzoekster gaf aan dat zij inmiddels bij de referent woont en dat hij het ongeboren kind wil erkennen, maar verweerder mag bewijs verlangen van het vaderschap. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro is niet nader onderbouwd en wordt verworpen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en laat het bezwaar verder in behandeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van een duurzame en exclusieve relatie.