ECLI:NL:RBDHA:2021:9232
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, met de Mauritaanse nationaliteit, diende op 6 september 2020 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Nederland had een verzoek tot terugname bij Italië ingediend, waarop Italië niet tijdig reageerde, waardoor de verantwoordelijkheid bij Italië ligt.
Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom geen beëdigde registertolk werd ingezet tijdens het aanmeldgehoor Dublin en betwistte het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië, mede vanwege de gevolgen van de coronapandemie en rapporten over de situatie in Italië. Verweerder stelde dat vanwege spoedeisendheid en het ontbreken van een tijdig beschikbare registertolk een niet-registertolk werd ingezet, wat schriftelijk was vastgelegd.
De rechtbank oordeelde dat verweerder tijdig en afdoende had gemotiveerd waarom geen beëdigde tolk beschikbaar was en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Italië nog steeds geldt. De coronamaatregelen vormen slechts een tijdelijk overdrachtsbeletsel en doen niets af aan de verantwoordelijkheid van Italië. Eiser had niet aannemelijk gemaakt dat hij bij overdracht aan Italië een reëel risico loopt op een schending van zijn rechten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.