ECLI:NL:RBDHA:2021:9249
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vergoeding eigen bijdrage kinderopvang wegens onredelijke toepassing peildatum
Eiseres ontvangt kinderopvangtoeslag voor twee kinderen die door twee gastouders thuis worden opgevangen. Door de coronamaatregelen was de opvang deels gesloten, maar eiseres bleef de kosten betalen om de opvangplek te behouden. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) kende een vergoeding toe op basis van het aantal opvanguren dat op 6 april 2020 bij de Belastingdienst/Toeslagen was geregistreerd.
Eiseres voerde aan dat zij vanwege flexibele opvanguren en onduidelijke communicatie van de Belastingdienst/Toeslagen het werkelijke aantal opvanguren niet tijdig had doorgegeven, waardoor de vergoeding te laag was. De rechtbank oordeelt dat artikel 5 van Pro de Tijdelijke tegemoetkomingsregeling kinderopvang (TKO), dat de peildatum op 6 april 2020 vastlegt, een dwingendrechtelijke bepaling is maar in dit geval tot een kennelijk onredelijke uitkomst leidt.
De rechtbank stelt vast dat eiseres de opvanguren zorgvuldig en tijdig doorgeeft, maar door de coronasituatie en de instructies op de website van de Belastingdienst/Toeslagen niet eerder kon wijzigen. De regelgever heeft geen rekening gehouden met deze bijzondere situatie. Daarom moet artikel 5 van Pro de TKO buiten toepassing blijven en dient de vergoeding te worden berekend op basis van het werkelijke aantal opvanguren.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en beveelt een nieuwe beslissing binnen zes weken. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd vanwege de onredelijke toepassing van de peildatum in de TKO.