ECLI:NL:RBDHA:2021:9273
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen terugkeerbevel naar Bulgarije wegens ontbreken procesbelang
Eiser, een Pakistaanse staatsburger, kreeg op 29 januari 2020 een bevel om onmiddellijk terug te keren naar Bulgarije omdat hij zonder de vereiste documenten werkzaam was bij een restaurant in Nederland. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verklaarde het bezwaar van eiser tegen dit bevel ongegrond. Eiser stelde dat het besluit in strijd was met diverse artikelen van de Algemene wet bestuursrecht en Europese richtlijnen, en dat hij procesbelang had vanwege materiële schade en onrechtmatige proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat eiser het bevel had opgevolgd en Nederland had verlaten, en dat de signalering was opgeheven. Hoewel eiser stelde dat hij als partner van een EU-gemeenschapsonderdaan rechtmatig verblijf had en schade leed, bleek uit verklaringen dat zijn vrouw op het moment van het bevel niet in Nederland verbleef. Hierdoor had eiser geen rechtmatig verblijf op grond van de Verblijfsrichtlijn.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen belang had bij de inhoudelijke behandeling van het beroep, omdat hij door het beroep niet in een gunstiger positie kon komen. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard en hoefde verweerder geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbevel is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.