ECLI:NL:RBDHA:2021:9275

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 juni 2021
Publicatiedatum
23 augustus 2021
Zaaknummer
AWB - 20 _ 4729
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRMArt. 17 lid 1 onder h Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen weigering verblijfsvergunning wegens ontbreken mvv-vrijstelling en geen schending artikel 8 EVRM

Eiser, een Egyptische nationaliteit dragende persoon, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser geen machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) bezit en geen bewijs leverde dat hij vrijgesteld is van deze mvv-plicht. Eiser stelde dat hij op grond van zijn Italiaanse verblijfsvergunning recht op vrij verkeer heeft en dat uitzetting in strijd is met zijn recht op familieleven volgens artikel 8 EVRM Pro.

De rechtbank overweegt dat uit de Italiaanse verblijfsvergunning niet blijkt dat eiser een langdurig ingezetene van een EU-lidstaat is, zoals vereist voor vrijstelling van het mvv-vereiste. Bovendien is de vergunning verlopen en heeft eiser niet objectief aangetoond dat hij een verlenging heeft aangevraagd. Ten aanzien van het beroep op artikel 8 EVRM Pro stelt de rechtbank dat verweerder terecht oordeelde dat er geen duurzaam en exclusief familieleven bestaat tussen eiser en zijn partner, mede omdat eiser zijn stellingen onvoldoende heeft onderbouwd.

De rechtbank concludeert dat de beroepsgronden niet slagen en verklaart het beroep ongegrond. De zitting vond plaats via Skype, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen. De uitspraak is op 23 juni 2021 in het openbaar uitgesproken door rechter M.D. Gunster.

Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 20/4729

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2021 in de zaak tussen

[eiser], eiser, V-nummer [V-nummer]

(gemachtigde: mr. E. El-Sharkawi),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. A.T.M. Vroom-van Berckel).

Procesverloop

Bij besluit van 19 maart 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen.
Bij besluit van 13 mei 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld
De zitting was op 10 juni 2021 via een Skype-beeldverbinding. Eiser en zijn gemachtigde zijn met voorafgaand bericht van afwezigheid niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
Waar gaat deze zaak over?
1. Eiser is geboren op [geboortedag] 1990 en heeft de Egyptische nationaliteit.
2. Verweerder heeft de aanvraag van eiser afgewezen omdat eiser geen machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) bezit. Omdat eiser geen kopie van zijn Italiaanse verblijfsvergunning heeft overgelegd kan niet beoordeeld worden of eiser van het mvv-vereiste kan worden vrijgesteld. De uitzetting van eiser is daarnaast niet in strijd met zijn recht op familieleven en privéleven op grond van artikel 8 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
Wat voert eiser aan in beroep?
3. Eiser stelt dat hij gelet op zijn Italiaanse verblijfsvergunning recht op vrij verkeer heeft en dus niet mvv-plichtig is. Op het toetsingsmoment in de aanvraagfase was de verblijfsvergunning van eiser nog rechtsgeldig en eiser is nog in afwachting van de beslissing op zijn verlengingsaanvraag. Ook heeft eiser wel degelijk aangetoond gezinsleven te hebben met zijn partner, wat maakt dat uitzetting van eiser in strijd is met zijn recht op gezinsleven in de zin van artikel 8 van Pro het EVRM.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet op grond van artikel 17, eerste lid, onder h, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) vrijgesteld kan worden van het mvv-vereiste. Uit de Italiaanse verblijfsvergunning van eiser blijkt niet dat hij een langdurig ingezetene uit een EU-lidstaat is. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat eisers Italiaanse verblijfsvergunning is verlopen en het op de weg van eiser had gelegen om indien hij, zoals hij stelt, een verlenging van zijn verblijfsvergunning had aangevraagd, hij dit had met objectieve stukken had aangetoond. De beroepsgrond slaagt niet.
5. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de uitzetting van eiser niet in strijd is met zijn recht op familieleven op grond van artikel 8 van Pro het EVRM. Verweerder heeft namelijk in redelijkheid kunnen stellen dat er tussen eiser en referente geen sprake is van familieleven op grond van artikel 8 van Pro het EVRM, nu eiser en referente niet hebben aangetoond dat tussen hen sprake is van een duurzame en exclusieve relatie. Daarbij heeft verweerder kunnen betrekken dat eiser zijn stelling dat hij met referente op hetzelfde adres staat ingeschreven en gezinsleven uitoefent niet heeft onderbouwd. De ingevulde relatieverklaring en overgelegde vragenlijst heeft verweerder onvoldoende mogen achten. Het beroep op artikel 8 van Pro het EVRM slaagt dan ook niet.
6. Gelet op het voorgaande concludeert de rechtbank dat de beroepsgronden niet slagen.
7. Het beroep is ongegrond.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Petersen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2021.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.