ECLI:NL:RBDHA:2021:9277
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op vervroegde ingangsdatum IOAW-uitkering na verhuizing
Eiser ontving een IOAW-uitkering van zijn vorige gemeente en verhuisde op 25 juli 2020 naar Zoetermeer. Hij diende op 6 september 2020 een aanvraag in bij de nieuwe gemeente. De gemeente kende de uitkering toe met ingang van de aanvraagdatum, maar weigerde terugwerkende kracht toe te kennen vanaf de verhuisdatum. Eiser stelde dat hem bij inschrijving was toegezegd dat uitkeringen automatisch zouden worden overgezet en beriep zich op het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank overwoog dat de IOAW-uitkering moet worden aangevraagd in de woonplaats en dat de wet geen terugwerkende kracht toestaat. Verweerder of het UWV zijn niet gehouden een aanvraag namens eiser te doen of hem daarover te informeren. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat eiser dit niet met bewijs ondersteunde en zijn eerdere verklaringen niet overeenkwamen met zijn beroepschrift.
Hoewel het begrijpelijk is dat de verhuizing stress veroorzaakte, ligt het op de weg van de rechthebbende om tijdig een aanvraag te doen. De rechtbank oordeelde dat de financiële problemen van eiser het besluit niet onredelijk maken. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de ingangsdatum van de IOAW-uitkering wordt niet verder teruggezet dan 1 september 2020.