ECLI:NL:RBDHA:2021:9285
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering verblijfsvergunning asiel en oplegging inreisverbod
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens is aan eiser een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting op 29 juli 2021 verscheen eiser met een waarnemer en tolk, terwijl verweerder werd vertegenwoordigd door een gemachtigde. De rechtbank oordeelde dat het asielrelaas van eiser onvoldoende geloofwaardig was, mede vanwege tegenstrijdige en summiere verklaringen over bedreigingen en werkrelaties.
Verder werd vastgesteld dat er eerder al een terugkeerbesluit tegen eiser was genomen, wat de oplegging van het inreisverbod rechtvaardigde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.