ECLI:NL:RBDHA:2021:9288
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van lesbische geaardheid wegens ongeloofwaardigheid
Eiseres, een Ugandese vrouw, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van haar lesbische geaardheid. Zij legde aan haar aanvraag ten grondslag dat zij sinds 2017 een lesbische relatie had en vreest voor vervolging door haar familie en overheid na een incident in een hotel in 2019.
De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de verklaringen over haar seksuele gerichtheid en de problemen die zij zou ondervinden. De rechtbank oordeelde dat verweerder een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling heeft gemaakt en dat eiseres onvoldoende diepgaande en consistente verklaringen heeft gegeven over haar relatie en persoonlijke situatie.
De rechtbank verwierp het betoog van eiseres dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan en dat tegenstrijdigheden in haar verklaringen onvoldoende waren betrokken. Ook achtte de rechtbank het onwaarschijnlijk dat eiseres daadwerkelijk was betrapt en dat zij problemen zou ondervinden door Facebookposts.
De rechtbank concludeerde dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden voor toelating op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en verklaarde het beroep ongegrond. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep op asiel wegens lesbische geaardheid wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardige onderbouwing.