ECLI:NL:RBDHA:2021:9311
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsaanvraag vader met Italiaanse verblijfsvergunning ondanks Nederlandse kinderen
Eiser, een Senegalese nationaliteit, verzocht om een verblijfsdocument in Nederland om bij zijn minderjarige Nederlandse kinderen te verblijven. Hij heeft een geldige Italiaanse verblijfsvergunning als langdurig ingezetene van een derde land. Verweerder wees de aanvraag af omdat de kinderen niet gedwongen worden de EU te verlaten en eiser niet voldeed aan de voorwaarden uit de Vreemdelingencirculaire.
Eiser stelde dat het arrest Chavez-Vilchez van het Hof van Justitie EU van toepassing is en dat zijn kinderen niet zonder verblijfsrecht in Italië kunnen volgen. De rechtbank oordeelde dat dit arrest niet van toepassing is omdat eiser een verblijfsrecht in Italië heeft en de kinderen daardoor niet het EU-grondgebied verlaten.
De rechtbank verwierp ook het betoog dat verweerder de hoorplicht zou hebben geschonden en oordeelde dat het beroep ongegrond is. Het verzoek om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen werd afgewezen omdat de rechtbank op het beroep heeft beslist.
Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verblijfsaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.