ECLI:NL:RBDHA:2021:9312
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens onterecht omgedraaide bewijslast en onvoldoende belangenafweging
Eiser, een staatloze van Palestijnse afkomst, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij zijn echtgenote, die de Nederlandse nationaliteit bezit. Verweerder wees de aanvraag af vanwege een inreisverbod en het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), en betwijfelde de echtheid van het huwelijk. De rechtbank oordeelt dat verweerder de bewijslast ten onrechte heeft omgedraaid door te stellen dat eiser moet aantonen dat het huwelijk oprecht is, terwijl het aan verweerder is om aan te tonen dat sprake is van een schijnhuwelijk.
Verweerder had bovendien nader onderzoek moeten verrichten, bijvoorbeeld door een simultaan gehoor, wat niet is gebeurd. Uit digitaal onderzoek blijkt dat eiser en referente al jaren een relatie hebben, wat een indicatie is voor een werkelijk huwelijk. Daarnaast heeft verweerder nagelaten om de verklaring van The Palestinian Mission en de Irakese ambassade in de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro te betrekken, waardoor deze belangenafweging ondeugdelijk is gemotiveerd.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.