ECLI:NL:RBDHA:2021:9316
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitstel van vertrek wegens onvoldoende bewijs identiteit en medische toegankelijkheid
Eiser, een Guinese nationaliteit, vroeg uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 wegens medische redenen. Verweerder wees dit af omdat eiser zijn identiteit en nationaliteit niet met originele documenten kon aantonen. Het Bureau Medische Advisering (BMA) concludeerde dat eiser medisch in staat is te reizen en dat de noodzakelijke medische zorg in Guinee beschikbaar is.
Eiser voerde aan dat hij geen originele documenten kon overleggen en dat de medische zorg in Guinee voor hem niet toegankelijk zou zijn. Hij stelde dat hij bewijsnood had en dat hij ten onrechte niet is gehoord in de bezwaarfase. De rechtbank oordeelde dat eiser eerst zijn identiteit en nationaliteit met officiële documenten moet aantonen voordat verder onderzoek naar medische toegankelijkheid kan plaatsvinden.
Omdat eiser niet voldeed aan deze eis en de uitzondering op het overleggen van documenten niet op hem van toepassing was, hoefde verweerder geen verder onderzoek te doen naar de feitelijke toegankelijkheid van medische zorg. De rechtbank vond dat verweerder terecht van het horen kon afzien en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser zijn identiteit en nationaliteit niet met originele documenten heeft aangetoond.