De kinderrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 14 juli 2021 een beschikking gegeven tot ondertoezichtstelling van een minderjarige voor de periode van één jaar. Deze beslissing volgt op een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming vanwege zorgen over de onvoorspelbare opvoedsituatie en de veiligheid van het kind.
De situatie kenmerkt zich door ernstige spanningen tussen de ouders, waarbij de vader dreigend gedrag vertoont en de moeder aangifte doet. Beide ouders kampen met persoonlijke problematiek, waaronder PTSS en angststoornis bij de moeder en psychiatrische en verslavingsproblematiek bij de vader. Het kind heeft een achterstand in spraak- en taalontwikkeling.
De kinderrechter acht ondertoezichtstelling noodzakelijk om de ontwikkeling en veiligheid van het kind te waarborgen en om te onderzoeken of veilige omgang met de vader mogelijk is. De vader stemde in met het verzoek en werkt mee aan hulpverlening. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten door belanghebbenden.