Eiser ontving vanaf juni 2015 tot maart 2019 verschillende uitkeringen, waaronder een Ziektewetuitkering, Werkloosheidswetuitkering en een buitenwettelijke uitkering van 70% van het maandinkomen. Verweerder stelde dat eiser niet heeft voldaan aan zijn inlichtingenverplichting door niet te melden dat hij naast de WW-uitkering ook een BW-uitkering ontving, waardoor onverschuldigd is betaald.
Eiser voerde aan dat het besluit in strijd is met het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel en dat terugvordering slechts mogelijk is over de laatste twee jaar. De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat eiser zijn inlichtingenplicht heeft geschonden door niet tijdig wijzigingen door te geven.
Hierdoor is onverschuldigd betaald en is terugvordering over de gehele periode van december 2017 tot maart 2019 terecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Kleijn op 25 augustus 2021.