ECLI:NL:RBDHA:2021:9353
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering geloofwaardigheid
Eiser, een Liberiaanse jongvolwassene, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Zijn aanvraag werd afgewezen omdat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de verklaringen over problemen met zijn oom na maart 2019 niet geloofwaardig achtte. Eiser stelde dat hij valselijk werd beschuldigd van diefstal, mishandeld werd en een reëel risico liep op ernstige schade vanwege zijn religieuze voorkeur.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris de verklaringen over de periode vóór maart 2019 wel geloofwaardig achtte, maar onvoldoende had gemotiveerd waarom de latere problemen ongeloofwaardig zouden zijn. De rechtbank nam daarbij mee dat vertaalproblemen en onvolledige ondervraging de tegenstrijdigheden konden verklaren.
De rechtbank vond de motivering van de staatssecretaris ondeugdelijk en stelde dat de overige beroepsgronden niet hoefden te worden besproken. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering van de ongeloofwaardigheid van verklaringen.