ECLI:NL:RBDHA:2021:9389
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Grensbepaling tussen dakterrassen van appartementseigenaren volgens splitsingstekening
In deze zaak staat de vraag centraal waar de grens loopt tussen de dakterrassen van twee appartementseigenaren in een appartementencomplex. Beide partijen hebben hun appartementsrechten en bijbehorende dakterrassen gekocht, die volgens de splitsingsakte een duidelijke grens hebben. De verzoeker stelt dat de grens in het midden van een betonnen pilaar ligt, terwijl de medeverzoekers menen dat een strook tussen de pilaar en hun berging tot hun dakterras behoort.
De kantonrechter heeft de splitsingstekening als uitgangspunt genomen en vastgesteld dat de grens exact vanaf het midden van de gezamenlijke dakterrassen, gemeten ter hoogte van het einde van de overkapping, onder een hoek van 90 graden naar de achterwand loopt. De rechter heeft ook onderzocht of sprake is van verkrijgende verjaring, waarbij de medeverzoekers stelden dat zij het betwiste deel al meer dan twintig jaar in gebruik hadden genomen. Dit is echter niet komen vast te staan, mede omdat de bebouwing recent is en het gebruik van de strook onvoldoende ondubbelzinnig was.
De rechter heeft daarom geoordeeld dat de splitsingstekening de grens bepaalt en dat er geen sprake is van verkrijgende verjaring. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is gewezen door kantonrechter J.L.M. Luiten en uitgesproken op 25 augustus 2021.
Uitkomst: De grens tussen de dakterrassen wordt vastgesteld volgens de splitsingstekening; verkrijgende verjaring wordt afgewezen.