De minderjarige is kort na haar geboorte in een pleeggezin geplaatst waar zij in een veilige en stabiele omgeving opgroeit. De ouders zijn niet in staat om voor haar te zorgen vanwege hun eigen problematiek, waaronder een licht verstandelijke beperking van de moeder en een stoornis in het autistisch spectrum bij de vader.
De gecertificeerde instelling heeft verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van één jaar. Uit een NIFP-onderzoek blijkt dat het perspectief van de minderjarige bij de pleegouders ligt en dat terugplaatsing niet in haar belang is. De ouders hebben geen bezwaar tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling, maar wensen terugplaatsing of meer contact.
De kinderrechter oordeelt dat de gronden voor verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing aanwezig zijn. De rechtbank wijst het verzoek toe en verlengt beide maatregelen tot 14 augustus 2022, met behoud van de gecertificeerde instelling als uitvoerder. Het contact tussen ouders en kind zal passend en betekenisvol worden vormgegeven, waarbij het belang van de ontwikkeling van de minderjarige centraal staat.