Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[Naam], verzoeker,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 8 juni 2021, waarin onder meer de toepassing van de Dublin-verordening aan de orde was. Tevens verzocht verzoeker om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een verwante zaak op 8 juli 2021 behandeld.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu in de gerelateerde zaak uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Tevens is geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter W.M.P. van Alphen en griffier R. Ben Sellam op 23 augustus 2021 te Middelburg. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.