Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[Naam], verzoeker,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 10 juni 2021, waarbij het ging om een Dublin-zaak met betrekking tot Italië en het interstatelijk vertrouwensbeginsel volgens artikel 17 Dvo Pro.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening op 8 juli 2021, samen met een gerelateerde zaak (NL21.9082). Verzoeker was aanwezig met een waarnemer van zijn gemachtigde en een tolk.
De voorzieningenrechter oordeelde dat na de uitspraak in de gerelateerde zaak NL21.9082 een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was en wees het verzoek af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het besluit van de staatssecretaris blijft van kracht.