Bij besluit van 4 augustus 2021 is aan eiser een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding. De zaak is schriftelijk behandeld.
Eiser voerde aan dat zijn asielaanvraag niet in de grensprocedure kon worden behandeld vanwege de complexiteit en de termijnoverschrijding. Hij verwees naar zijn activistische uitlatingen op sociale media, zijn LHBTI-status en zijn leeftijd van 19 jaar. Verweerder stelde dat deze omstandigheden niet op voorhand uitsluiten dat de aanvraag binnen de grensprocedure kan worden behandeld.
De rechtbank overwoog dat volgens rechtspraak en de Vreemdelingencirculaire een redelijke termijn moet worden gegund voor onderzoek en nader gehoor, waarna wordt beslist of de aanvraag binnen de grensprocedure past. Omdat het nader gehoor nog moet plaatsvinden, is niet duidelijk dat de aanvraag niet binnen de termijn van 28 dagen kan worden afgedaan. Ook de leeftijd van eiser maakt de maatregel niet onrechtmatig.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.