ECLI:NL:RBDHA:2021:9598
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek waarnemingstoelage met terugwerkende kracht voor bedrijfsvoeringspecialisten politie
Eiseressen, werkzaam bij de politie, verzochten om met terugwerkende kracht een waarnemingstoelage toe te kennen voor werkzaamheden die zij verrichtten vanaf 2014/2015 in een hogere functie dan waarvoor zij formeel waren benoemd. De rechtbank oordeelt dat het verzoek niet kan worden toegewezen omdat niet is vastgesteld dat zij vanaf 2014/2015 het volledige takenpakket van de hoger ingeschaalde functie bedrijfsvoeringspecialist A op schaal 9 hebben uitgevoerd.
Verweerder had uit coulance een waarnemingstoelage toegekend vanaf 2017, na een personele reorganisatie, maar niet voor de periode daarvoor. De rechtbank stelt dat artikel 4:6 Awb Pro niet van toepassing is en dat de oorspronkelijke rechtspositie van eiseressen tijdens tijdelijke tewerkstelling intact bleef, waardoor geen sprake is van berusting in het niet ontvangen van de toelage.
De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat de plaatsingsbesluiten correct zijn genomen en dat er geen grond is voor een waarnemingstoelage met terugwerkende kracht vanaf 2014. De beroepen tegen beide besluiten worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om waarnemingstoelage met terugwerkende kracht vanaf 2014 af.