ECLI:NL:RBDHA:2021:9625
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Afghaanse asielzoeker, diende op 16 maart 2021 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet, omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Dit is bevestigd door het feit dat Frankrijk een terugnameverzoek van Nederland heeft aanvaard na eerdere weigeringen van Zwitserland.
Eiser stelde dat hij niet naar Frankrijk mocht worden overgedragen vanwege vrees voor indirect refoulement en onvoldoende toegang tot voorzieningen, mede vanwege zijn kwetsbare fysieke en psychische toestand. De rechtbank oordeelde echter dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat Frankrijk zijn verplichtingen zal nakomen. Eiser heeft geen concrete onderbouwing gegeven voor zijn vrees en geen medische stukken overgelegd die zijn kwetsbaarheid aantonen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat Frankrijk verantwoordelijk is en dat er geen aanleiding was om het verzoek op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich te trekken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.