ECLI:NL:RBDHA:2021:9626
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkheid asielaanvraag op grond van Dublin-verordening
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 17 juni 2021 waarbij zijn asielaanvraag niet in behandeling werd genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling. Verzoeker vreesde indirect refoulement, maar deze vrees werd door de voorzieningenrechter niet onderbouwd geacht.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 29 juli 2021. Gezien de uitspraak in de gerelateerde zaak werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter W.M.P. van Alphen en griffier N.H. de Zeeuw, en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.