Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
verwerende partij,
Rechtbank Den Haag
Werkneemster was werkzaam als uitpakkeer bij werkgever en is op 26 september 2019 tijdens werktijd ten val gekomen toen zij een bloembak van het bovenste plateau van een kar probeerde te pakken. Zij verloor haar evenwicht doordat zij op haar tenen stond, wat leidde tot een uit de kom geraakte arm en een fractuur.
Na het ongeval is werkneemster behandeld in het Amsterdam UMC en Erasmus MC en is zij sindsdien arbeidsongeschikt. Werkneemster vordert dat werkgever aansprakelijk wordt gesteld voor de schade en een voorschot betaalt, stellende dat werkgever tekort is geschoten in zijn zorgplicht door geen trap en veiligheidsschoenen te verstrekken.
De kantonrechter oordeelt dat werkgever zijn zorgplicht niet heeft geschonden omdat het pakken van de bovenste bloembakken niet tot de werkzaamheden van werkneemster behoorde en er mannelijke collega’s waren die deze taak hadden. Werkneemster had hen kunnen vragen om hulp. Tevens waren de schoenen geschikt en was de val niet veroorzaakt door gladheid. De vorderingen worden afgewezen en de proceskosten worden begroot op € 2.490,80, maar alleen verschuldigd indien aansprakelijkheid wordt vastgesteld.
Uitkomst: Werkgever is niet aansprakelijk voor de val van werkneemster en de vorderingen worden afgewezen.