ECLI:NL:RBDHA:2021:9774
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen wegens ongeloofwaardigheid bedreigingen en onvoldoende risico op vervolging Roma in Moldavië
Eisers, een gezin met drie minderjarige kinderen, vroegen asiel aan in Nederland met het argument dat zij in Moldavië bedreigd werden door de familie van een meisje met wie eiser een relatie had, en dat zij vanwege hun Roma-afkomst discriminatie en vervolging zouden ondervinden. De staatssecretaris wees de aanvragen af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de bedreigingen en het ontbreken van een reëel risico op vervolging.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eisers over de bedreigingen tegenstrijdig en onvoldoende onderbouwd waren, waardoor deze niet geloofwaardig werden geacht. Daarnaast concludeerde de rechtbank dat de maatschappelijke positie van Roma in Moldavië weliswaar zorgelijk is, maar niet zodanig dat sprake is van vervolging enkel vanwege hun etniciteit. Eisers hadden onvoldoende aangetoond dat zij persoonlijk een reëel risico lopen op ernstige schade bij terugkeer.
De rechtbank nam ook de belangen van de minderjarige kinderen mee en oordeelde dat de staatssecretaris zich voldoende rekenschap had gegeven van deze belangen en dat het niet verlenen van verblijfsvergunningen niet tot onaanvaardbare gevolgen voor de kinderen leidt. Medische omstandigheden van eiseres en haar oudste zoon bleken niet zodanig dat uitstel van vertrek gerechtvaardigd was.
Op grond van deze overwegingen verklaarde de rechtbank de beroepen ongegrond en wees zij de asielaanvragen af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de asielaanvragen afgewezen wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende risico op vervolging.