ECLI:NL:RBDHA:2021:9806
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen maatregel inhouding leefgeld wegens niet-naleving meldplicht ongegrond verklaard
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een verzet van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank van 14 april 2020. In die uitspraak werd het beroep van een gëopposeerde tegen een maatregel van 9 december 2019 kennelijk gegrond verklaard. De maatregel hield een eenmalige inhouding van €12,95 op het leefgeld in wegens het niet naleven van de meldplicht.
De rechtbank oordeelde destijds dat het COA niet bevoegd was de maatregel op te leggen omdat de meldplicht slechts éénmaal was geschonden, terwijl volgens de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005 (Rva 2005) een sanctie pas kan volgen bij herhaaldelijke niet-naleving, namelijk gedurende twee weken of twee opeenvolgende keren. Het COA stelde dat de meldplicht wekelijks geldt en dat daarom de maatregel terecht was opgelegd.
De rechtbank verwierp dit standpunt en stelde dat hoewel de meldplicht wekelijks geldt, de bevoegdheid tot inhouding pas ontstaat bij herhaaldelijke overtreding. Uit de stukken bleek niet dat de gëopposeerde gedurende twee weken of twee keer achtereen de meldplicht had geschonden. Daarom was het beroep kennelijk gegrond en mocht het verzet van het COA niet slagen.
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond en bevestigt de eerdere uitspraak, waarmee de eenmalige inhouding onrechtmatig is verklaard. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzet van het COA wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.