Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
[Opposant] , opposant, V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr.F.E.J. Valk, griffier.
Rechtbank Den Haag
Opposant heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin Oostenrijk werd aangewezen als verantwoordelijke voor de behandeling van zijn asielaanvraag. De rechtbank heeft dit beroep op 23 juni 2021 buiten zitting ongegrond verklaard, omdat het oordeel dat Oostenrijk verantwoordelijk is en het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, buiten redelijke twijfel stond.
Tegen deze uitspraak is verzet ingesteld. Tijdens de zitting op 12 augustus 2021 heeft opposant via videoverbinding deelgenomen en zijn standpunten toegelicht, waaronder dat hij binnen vier dagen in Oostenrijk een asielbeschikking ontving zonder inhoudelijke hoorzitting en dat Oostenrijk geen deugdelijk onderzoek heeft verricht. De rechtbank oordeelt echter dat deze stellingen reeds in de eerdere uitspraak zijn beoordeeld en dat er geen nieuwe informatie is aangevoerd die het oordeel zou kunnen wijzigen.
De rechtbank concludeert dat het verzet ongegrond is en dat de buiten zitting gewezen uitspraak in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzet tegen de ongegrondverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak blijft in stand.