ECLI:NL:RBDHA:2021:9813
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering wegens vermogen meer dan 65% maatmanloon
Eiser werkte als import manager seafreight en ontving een Ziektewet-uitkering wegens psychische klachten sinds september 2018. Verweerder beëindigde de uitkering per 12 december 2019 omdat eiser volgens medisch en arbeidskundig onderzoek meer dan 65% van zijn maatmanloon kan verdienen.
Eiser betwistte vooral de arbeidskundige onderbouwing en stelde dat hij vanwege zijn beperkingen niet in staat is de geduide functies te verrichten, waaronder graafmachinebestuurder. Hij voerde aan dat de functies ongeschikt zijn vanwege emotionele belasting, concentratieproblemen en het ontbreken van relevante ervaring.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en overtuigend was en dat eiser geen medische beroepsgronden had ingediend. De arbeidsdeskundigen hadden het maatmanloon correct vastgesteld en passende functies geselecteerd die binnen de beperkingen van eiser vielen. De functies zijn routinematig en vereisen geen emotionele belasting die eiser niet aankan.
De rechtbank vond geen aanleiding om het oordeel van de arbeidsdeskundigen te betwijfelen en verklaarde het beroep ongegrond. De beëindiging van de ZW-uitkering per 12 december 2019 blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de ZW-uitkering wordt ongegrond verklaard en de uitkering blijft per 12 december 2019 beëindigd.