Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 24 augustus 2021;
- het proces-verbaal van bevindingen van 15 juni 2021 met foto’s, pagina's 631-645)
ïne, zijnde heroïne, een middel
35,7 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine), zijnde MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; en
82,4 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
sen [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
sen die [slachtoffer 2] , zijnde voor verdachte kenbare politieambtenaren in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, is ingereden; en
sis aangereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
anderentoebehoorde
nheeft beschadigd.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij/de schadevergoedingsmaatregel
8.De inbeslaggenomen voorwerpen
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
Uitgaand telefoongesprek
[naam 4] wil er vijf hebben voor haar zus, het moet wel goed spul zijn want zij heet een tyfusbui. [verdachte] zegt dat hij speciaal voor haar onversneden gaat maken. [naam 4] wil er zelf tien.
Inkomend telefoongesprek
[naam 4] zegt dat zij zo langskomt voor haar zus. [naam 4] wil hetzelfde voor vijf. [verdachte] zegt dat dat goed is.
Inkomend telefoongesprek
[naam 4] heeft er drie nodigen zegt dat zij samen met haar zoon is.
[naam 4] geeft aan dat zij voor hetzelfde komt, maar dan voor haar zus. [naam 4] vraagt voor vijf stuks. [verdachte] geeft aan dat het goed is
[naam 4] zegt dat ze belt voor nadere informatie, ze gaat 'die dingen' ook even doorpassen naar [naam 5] . [naam 4] vraagt wat die lolly's straks gaan kosten. [verdachte] wil graag weten of de kwaliteit wel een beetje om te doen was.
[naam 4] vraagt aan [verdachte] of hij het vervelend vindt als zij vandaag voor tienkomt. [verdachte] zegt dat dit kan.
Zaterdag 3 april 2021
[naam 4] wil vier rook voor haarzelf en heeft één wissel
[naam 4] zegt dat zij van die jongen van de lolly's heeft gehoord dat het precies goed was.
[naam 4] zegt dat ze voor drie-driekomen. [verdachte] zegt dat hij weer paarse dingetjes heeft en vraagt of [naam 4] er een paar wil. [naam 4] zegt dat zij dat wel wil. [verdachte] zegt dat [naam 4] er wel een paar krijgt van hem. [verdachte] zegt dat hij er met 10 á 15 minuten
[naam 4] zegt dat zij vandaag toch kan komen en dat zij twee-twee wil hebben.
[getuige 1] wil afspreken op dezelfde plek. [getuige 1] wil één bruin en één wit. [verdachte] wil dat don alles in één keer besteld. [getuige 1] wil nu twee bruin, één wit. [verdachte] is er over een kwartier.
[getuige 1] wil afspreken op dezelfde plek waar ze altijd afspreken. [getuige 1] wil twee bruin meer niet. [getuige 1] moet bellen als hij er is.
[getuige 1] is er. [verdachte] over vijf minuten. [getuige 1] wil twee bruin en één wit.
[getuige 1] wil afspreken op dezelfde plek. [getuige 1] wil twee bruin, één wit. [verdachte] is er over twintig minuten.
[getuige 1] vraagt of die nog een keer kan afspreken. [verdachte] vraagt wat [getuige 1] wil hebben en dat die eigenlijk maar één keer per dag afspreek. [getuige 1] wil twee bruin, één wit. [verdachte] is er over twintig minuten.
[getuige 1] wil dat [verdachte] nog een keer komt. [getuige 1] wil namelijk nog twee bruin voor iemand anders. [verdachte] vraagt of [getuige 1] dit expres doet. [verdachte] komt niet tekens voor maar twee stuks. [verdachte] wil geen risico op straat nemen.
[getuige 1] wil afspreken zoals altijd. [getuige 1] wil twee bruin en één wit. [verdachte] zegt dat het kan.
A: Ja, dat mag.
O: Wij verbalisanten zien dat het nummer meerdere malen is gebeld of dat [getuige 1] is gebeld door het nummer. Dit gaat terug tot oktober 2020
A: Sowieso een jaar.
V: Wat voor kleur waren deze pillen?
A: Rose/paars.
V: Welke vorm?
A: Cirkel.
V: Hoeveel betaalde je voor de heroïne?
A: Iedere dag 20 euro.
V: En voor de cocaïne?
A: Meestal 10. Ik haalde meeste twee bruin en één wit.
V: Wat wordt er bedoelt met bruin en wat met wit?
A: Heroïne is bruin en cocaïne is wit.
V: Wil je verder nog iets verklaren?
A: Nee, hij had een goede drugshandel. Hij was aardig.