ECLI:NL:RBDHA:2021:9848
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsaanvraag EU/EER op grond van onvoldoende zorg- en opvoedingstaken voor minderjarig kind
Eiser, een Cubaanse nationaliteithouder, heeft een verblijfsaanvraag ingediend op grond van het arrest Chavez-Vilchez, waarbij hij stelt recht te hebben op verblijf vanwege zijn zorg- en opvoedingstaken voor zijn minderjarige Nederlandse zoon.
De Staatssecretaris heeft de aanvraag afgewezen omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij meer dan marginale zorg- en opvoedingstaken verricht en dat er geen zodanige afhankelijkheidsverhouding bestaat dat het kind het EU-grondgebied zou moeten verlaten zonder verblijfsrecht voor eiser.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd van daadwerkelijke dagelijkse zorg en opvoeding, mede gelet op het ouderschapsplan, verklaringen en het feit dat eiser sinds 2014 niet als ingezetene staat geregistreerd terwijl zijn zoon in 2013 is geboren. Ook zijn de aangevoerde verklaringen en foto’s onvoldoende objectief en onderbouwd.
Verder wijst de rechtbank het beroep af op grond van het Handvest van de grondrechten van de EU en het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, omdat deze niet van toepassing zijn in deze situatie. Ook is geen sprake van schending van de hoorplicht.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit terecht is genomen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verblijfsaanvraag wordt ongegrond verklaard.