Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Minderjarigheid
Child Health and Grow Promotion Cardovergelegd.
De rechtbank overweegt allereerst dat eiser niet eenduidig heeft verklaard over zijn geboortedatum. In het proces-verbaal van verhoor van 10 april 2021 heeft eiser verklaard dat hij op [geboortedatum 2] 2005 geboren is maar in het proces-verbaal van bevindingen van 14 april 2021 heeft hij [geboortedatum 1] 2004 opgegeven als geboortedatum. Dit laatste komt overeen met de datum opgetekend in het door eiser overgelegde
Child Health and Grow Promotion Card. Nog daargelaten dat er geen vertaling beschikbaar is van dit document kan het niet aangemerkt worden als een identificerend document omdat het niet voldoet aan de vereisten daarvoor zoals neergelegd in paragraaf C 1/4.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc).
Eisers gestelde minderjarige leeftijd is vervolgens onderzocht door middel van een leeftijdsschouw, die een medewerker van de AVIM [4] en van de IND [5] onafhankelijk van elkaar hebben uitgevoerd. De leeftijdsschouw heeft plaatsgevonden overeenkomstig het beleid, zoals neergelegd in paragraaf C1/2.2 van de Vc en de IND Werkinstructie 2018/19 inzake Leeftijdsbepaling. Zowel bij de schouw van de medewerker van de AVIM als bij de schouw van de medewerker van de IND is geconcludeerd dat eiser evident meerderjarig is. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder heeft kunnen concluderen dat eiser evident meerderjarig is. Verweerder mag er volgens vaste rechtspraak [6] van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) in beginsel vanuit gaan dat de leeftijdsregistratie in Italië juist is en zorgvuldig heeft plaatsgevonden. Het is vervolgens aan eiser om aannemelijk te maken dat zijn geregistreerde geboortedatum in Italië onjuist is. De enkele stelling van eiser dat de Italiaanse autoriteiten zomaar wat hebben opgeschreven [7] volstaat in dat verband niet. Verder blijkt uit het verslag van het aanmeldgehoor [8] dat eiser in Italië evenmin identificerende documenten heeft overgelegd. Eiser wordt dan ook niet gevolgd in zijn standpunt dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers asielverzoek, omdat eiser minderjarig zou zijn.
Omdat sprake was van een gebrek in het bestreden besluit, veroordeelt de rechtbank verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.496 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 748,- en een wegingsfactor 1).