ECLI:NL:RBDHA:2021:9928
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-zaak tegen afwijzing asielaanvraag
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van de Dublinverordening, omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielaanvraag.
Verzoekster heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, mede omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan in het hoofdberoep (zaaknummer NL21.7831), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Verzoekster en haar gemachtigde waren niet aanwezig bij de zitting, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter L.A. Banga en griffier T.R. Oosterhoff-Vos op 16 juni 2021 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan in het hoofdberoep.